KORTE HISTORIEK

De eerste stoet trok door de straten in 1924. Het was eerder een optocht met lampionnetjes en vetkaarsjes, er was geen sprake van verlichte wagens.
Enkele jaren later verschenen de eerste verlichte wagens "ten tonele". Kolonel C. Thomas, artillerieregiment Gent, stelde paarden en manschappen ter beschikking.
Ook in 1930, honderd jaar Belgische onafhankelijkheid, zou de inbreng van het leger een grote invloed gehad hebben op het verloop van de "Groote Allegorische Lichtstoet". In dat jaar werd voor 10000 BEF aan prijzen uitgereikt aan de deelnemers!
Geleidelijk verschenen de eerste gloeilampen op de praalwagens, na de 2de wereldoorlog deden ook de TL-lampen hun intrede.
De gebruikte batterijen werden 'te licht' voor hun job en men schakelde over op zware electrogroepen die op de wagen zelf of op een karretje achter de wagen werd meegevoerd. Een systeem dat ook nu nog gebruikt wordt. De nieuwe generatie electrogroepen leveren heel wat meer stroom en zouden het de hele stoet kunnen 'uitzingen', maar om geen risico te lopen dat op het einde van de stoet alle verlichting uitvalt, werden deze groepen nog steeds bijgetankt. Hierdoor ontstonden vaak 'gaten' in de stoet in het tweede deel (begin Hoveniersstraat). Sinds 3 jaar is dit niet meer het geval, er is geen "ommetoertje" meer op het brede stuk steenweg, de elektrogroepen worden niet meer bijgevuld.
Vanaf midden de jaren vijftig werd de stoet elk jaar opgebouwd rond een bepaald thema.

Verschillende jaren (eind 1950 - begin 1960) reden meerdere wagens ook mee op de "Bevrijdingsfeesten", die begin september plaatsvinden op de Zwijnaardsesteenweg te Gent. Dit als 'versterking' voor de 'Bloemenstoet' die er sinds 1952 werd georganiseerd.

Het is niet met zekerheid te zeggen waar de oorsprong ligt van deze feesten. Een aantal documenten wijzen erop dat de oorsprong ergens in het begin van de 17de eeuw ligt.
'Het land van Aelst' had een stuk grond, Den Dries (Driesstraat), waar ze 'hun rechten' mochten uitoefenen. Boeren uit de streek van Aalst (de ajuinen) en Dendermonde kwamen daar hun oogst aan de man brengen. Waarschijnlijk om op deze manier de tol van de stad Gent te ontwijken.
Andere bronnen spreken zelfs over 1250 als start.
Het mooiste echter, maar of het ook klopt is een andere zaak, is het verhaal van Jozef II in 1785. 's Avonds laat, als de stadspoorten van Gent al lang gesloten zijn, komt een koets met enkele reizigers tot staan aan de 'Brusselse poort'. Vermits ze de stad niet meer binnen kunnen besluiten ze te overnachten in een herberg vlakbij. De waard doet zijn uiterste best om het gezelschap iets voor te schotelen, maar in de keuken is maar weinig te vinden, tenzij ajuin. Hij maakt daar enkele heerlijke gerechten mee.
's Anderendaags komt een bode een document overhandigen waarin staat dat de waard 'de rechten' krijgt om ajuinen te distibueren. Getekend Keizer Jozef II, vandaar de naam Keizerbrug?

2016 21.30u: 93ste LICHTSTOET: zie Thema 2016
2017 21.30u: 94ste LICHTSTOET: zie Thema 2017