>
GENT DOOR DE EEUWEN HEEN

2019

96ste LICHTSTOET

Een voorsmaakje

Volgende wagens zullen ontworpen en gebouwd worden. Deze tekst is een mogelijk ruggesteuntje voor de ontwerpers van de maquettes en voor de bouwers van de wagens.

Het is moeilijk om de juiste chronologische volgorde op te maken. Sommige data zijn helemaal niet meer correct te achterhalen. Of de huidige organisatie, bijvoorbeeld het S.M.A.K., werd pas in 1999 in het leven geroepen maar kreeg onderdak in een gebouw uit 1913.

879 - Het Gravensteen

Het Gravensteen is de enige overgebleven middeleeuwse burcht in Vlaanderen met een bijna intact gebleven verdedigingssysteem. Een bijzonder belangrijke toeristische troef voor de stad (± 350.000 bezoekers per jaar).
Graaf Boudewijn I (837-879) bouwde de eerste versterking als verdediging tegen de invallen van de Noormannen, maar rond 879 wordt het een onderdeel van het legerkamp van waaruit de Vikingen de omgeving plunderden (zo is het in Gent al wel vaker gebeurd met “eigen” opgetrokken gebouwen die dan dienstig worden voor de vijand tegen wie het werd opgetrokken. Denk aan de versterkte bucht die door Willem I (Vlaanderen was dan deel van de Nederlanden en afhankelijk van Nederland) werd opgetrokken in het huidige Citadelpark tegen de Fransen, maar in 1830 tegen de Nederlanders werd gebruikt. Of de bunder in datzelfde park tegen de Duitsers in 1914, hij was nog niet helemaal klaar of de Duitsers hadden hem al in handen!)
Het oorspronkelijk in hout opgetrokken gebouw werd door een brand verwoest en opnieuw in steen gebouwd.
Het had regelmatig andere functies, zo was het een tijd een textielfabriek in handen van particulieren. In de late 19de eeuw werd het Gravensteen aangekocht door het rijk en de stad. Bij de verbouwingen werd zowat alles wat niet van Doornikse steen was verwijderd. Zo kwamen de imposante resten van het middeleeuwse kasteel tevoorschijn. Architect Joseph de Waele koos voor een eerder romantisch getinte interpretatie van het kasteel zoals het ten tijde van graaf Filips van de Elzas was (1142 - 1191). Door de restauratie kreeg het Gravensteen wereldfaam als het meest bezochte toeristische monument van Gent, zoals bij de Wereldtentoonstelling van 1913. Men had helaas weinig aandacht voor de instandhouding ervan. Dit leidde tot stabiliteitsproblemen en nieuw verval.
Opgravingen in 1951gaven een nieuwe aanzet. Met de viering van 800 jaar Gravensteen in 1980 kwam er schot in de zaak. En zoals het gaat bij restauratie van dergelijke gebouwen, het gaat traag!
Een aantal zalen werden ingericht als “gerechtsmuseum” (verzameling dwang en foltertuigen waar huidige rechters jaloers op zijn!) en een” wapenmuseum” (waar anderen dan weer van watertanden) In 2009 stond de burcht opnieuw in de steigers. Vooral de omwallingsmuur was dringend aan restauratie toe. De typerende klimop verdween toen omdat die het gebouw te veel aantast. Sinds juni 2016 staat het Gravensteen voor twee derden terug in water, waar het oorspronkelijk volledig door water werd omgeven.

1234 - Klein Begijnhof

Het begijnhof ter Hoye werd in 1234 door Johanna van Constantinopel, de gravin van Vlaanderen, gesticht. De ommuring van de zuid- en westzijde van het begijnhof was pas in1281 klaar. Tegen het einde van de 14e eeuw onder Margaretha van Vlaanderen verwierf het begijnhof parochiale rechten. De volledige naam is: Begijnhof Onze-Lieve-Vrouw Ter Hoyen. Het begijnhof staat ook bekend als het Klein Begijnhof. Hun naam komt van het weiland dat men in de vroege middeleeuwen de ''Groene Hoye'' noemde.
Vanaf 1600 werden de houten huizen vervangen door stenen huizen. De belangrijkste gebouwen van het begijnhof, waaronder de kerk, dateren uit de 17de eeuw. Het begijnhof werd een bedevaartsoord voor de Heilige Godelieve, waarvoor in 1638 de Sint-Godelievekapel werd gebouwd. In 1655 werd de ziekenzaal gebouwd. Zoals met alle oude gebouwen werden ook hier regelmatig restauratie en verbouwingswerken uitgevoerd over een lang lopende periode. De eerste fase van de verbouwingen die 16 jaar duurde startte in 1994.
In 1998 werd het begijnhof, samen met twaalf andere Vlaamse begijnhoven, door de UNESCO erkend als "werelderfgoed".
In januari 2005 overleed, Hermina Hoogewijs, het laatste begijntje dat nog woonde in het klein begijnhof in Gent.
Als een van de best bewaarde begijnhoven van vóór de Franse Revolutie, blijft het klein begijnhof een toeristische trekpleister.
De Kerk en de kapellen behouden een zekere religieuze functie. De huisjes doen vooral dienst als woonst.

13de eeuw - Gerard Duivelsteen

Het Geeraard de Duivelsteen speelde een belangrijke rol bij de verdediging van de Portus Ganda, een handelsnederzetting die aan de wieg stond van het ontstaan van Gent.
Het is een gotisch steen (=stenen huis van een edelman) uit de 13e eeuw, genoemd naar ridder Geeraard Vilain, bijgenaamd de Geeraard de Duivel. In de 14de eeuw werd het eigendom van de stad. Het gebouw heeft meerdere functies gehad: ridderverblijf, wapenarsenaal, klooster, school, bisschoppelijk seminarie, krankzinnigengesticht en gevangenis. In 1830 werd er een brandweerkazerne ingericht. Op het einde van de 19e eeuw werd het aangekocht door het rijk. Een nieuwe vleugel werd bijgebouwd en tot 2015 deed het gebouw dienst als rijksarchief. In 2016 werd het gebouw voor 2.205.000 euro gekocht door de Gentse holding NV Koiba.
Een verhaal van moorden en intriges!

Zeger II, burggraaf van Gent kreeg een zoon, Geeraard. Pikzwart haar en donkere huid, uitpuilende ogen. Geen baby als een ander bleek ook toen hij opgroeide. Een slechtere karakter was nauwelijks denkbaar. Het gaf hem alras de bijnaam Geeraard de Duivel op. Om van die “kleine smeerlap” af te zijn wou papa hem op 16-jarige leeftijd op kruistocht sturen naar het heilige Land. Onze puber zag dit niet zitten en enkele tijd later werd papa dood aangetroffen in bed. Vermoord.
Geeraard erfde het steen, huwde en kreeg een zoon, Geeraard jr., die even zwart van haar en donker van huid was als zijn vader, hij kreeg de bijnaam Geeraard de Moor. Vader Geeraard was helemaal niet tevreden met dat donker kind en gaf zijn vrouw daarvan de schuld, ze had overspel gepleegd volgens hem. Vermoedelijk had hij geen spiegel of wou hij er nooit in kijken wegens zijn uiterlijk. Wie overspel pleegde moest het bekopen met de dood en in een dronken bui schopte hij zijn vrouw dood.
Dat de kleine wel degelijk van hem was bleek tijdens het opgroeien, hij had een aartje naar zijn vaartje, niet enkel uiterlijk.
Een vete tussen vader en zoon ontsproot toen ze beiden hun oog lieten vallen op Jacoba van Zottegem. Vader zou de verstandigste zijn en zich terugtrekken zodat de zoon alles in gereedheid kon brengen voor het huwelijk. Hij zou zich vestigen in het Waasland, ver van Gent.
Hij zou stante pede vertrekken en vroeg zoonlief om bij de schippers te informeren of alles klaar was. Zijn karakter kennende was dit natuurlijk een list. De schippers hadden opdracht gekregen en werden vet betaald om de zoon te overmeesteren, te boeien en in de Leie te kieperen. Junior had dus niet alleen het uiterlijk en het karakter van vader, maar kende ook zijn listen. Hij ging naar de schippers toe, maar hij verborg zich. Toen vader maar geen bericht kreeg, ja, gsm’s bestonden er nog niet, evenmin als openbare telefooncellen, ging vader een kijkje nemen of de klus geklaard was. En de schippers… ja, die dachten dat het de zoon was, boeiden vader en kieperde hem zoals de afspraak was in de Leie.
Eind goed, al goed? Nee, ook de zoon wou zijn vrouw te lijf gaan met een bijl, maar ze kon met haar zoontje vluchten. Na 16 jaar was de kleine groot en sterk en nam wraak om die moordpoging en vermoordde zijn vader.
Opletten als je het Steen bezoekt, de geesten van Geeraard de Duivel en Geeraard de Moor zitten elkaar nog steeds achterna om elkaar een kopje kleiner te maken.

1491 - De Rabottorens

Gent wou een verbinding met de Noordzee en groef een kanaal, de Lieve. De Lieve was oorspronkelijk een kleine waterloop die te weinig scheepvaart toeliet en werd dus uitgediept. Door het hoogteverschil moest een sluis (keersluis of stuw) worden gemaakt, ook een rabot genoemd.
Waterlopen hebben vaak twee functies, handel en verdediging. De sluis werd versterkt met twee torens en diende dus ook als toegangspoort tot de stad. Toegangspoort betekende ook tolrechten eisen, zoals de Keizerpoort, de Dampoort, de Walpoort… In de tweede helft van de 19de eeuw werden alle poorten in Gent afgebroken, uitgezonder de Rabotpoort, als stille getuige van het verleden. Ook de “Peperbus” aan de Isabellakaai is zo’n restant van een tolhuisje op de Schelde.
Gent is volop bezig met het terug ope gooien van de waterlopen (onlangs nog de Reep), dit gebeurde ook al met het Rabot, dat een hele tijd als sluis op het droge stond!
In 1970 werden drie grote appartementsblokken gebouwd die ook de naam “Rabottorens” toebedeeld kregen. De “imposante” eigenlijke Rabottorens was klein duimpje in deze omgeving geworden.
Het idee om in 1970 hoge appartementen op te trekken voor sociale woningen (572 waren het) was niet nieuw en eigenlijk waren de problemen die dit met zich meebrengt ook al lang gekend. Het begon met de bouw van Cité Radieuse van Le Corbusier in Marseille. Prachtig idee, maar al gauw werden ook de problemen zichtbaar van zoveel mensen in kleine hokjes samenpersen. Grond aankopen wordt steeds duurder, dus op een relatief kleine oppervlakte veel woningen (appartementen) optrekken is goedkoop. In alle steden (Moskou, Berlijn, Parijs…) kent men dezelfde problemen en worden die “torens” afgebroken, zo ook de rabottorens in Gent die vervangen zouden worden door ongeveer 400 appartementen in laagbouw.

1542 - Het Galgenhuisje

De precieze datum is niet gekend. Rond 1400 werd het oude, houten Vleeshuis uit 1251 vervangen door een groter gebouw. Rond 1542-43 werden aan de zijgevel 16 penshuisjes opgetrokken. In het Vleeshuis mocht enkel vlees verkocht worden, geen afval van geslachte dieren, geen pluimvee… Maar vlees was duur en de “gewone” man kon dat nauwelijks aanschaffen. Zij kochten de restjes (diervet, ingewanden, hart, lever, nieren…) in die penshuisjes. De huidige Groentemarkt was vroeger een vismarkt. Onder het Vleeshuis werden 4 kanalen gegraven zodat de bootjes tot aan de lage aanlegsteigers op de vismarkt hun vis kon afzetten.
In 1913 (alweer die Wereldtentoonstelling!) werden het Vleeshuis en de penshuisjes grondig gerestaureerd zoals ze er in de vroege 18de eeuw uitzagen. De meeste penshuisjes waren wel reeds gesloopt in 1884 en werden dus heropgebouwd.
Eén van die penshuisjes op de hoek van het Vleeshuis was oorspronkelijk een viskraam, later dus ook een penshuisje en sinds 1776 een café! De kelder van dit kleine cafeetje is een restant van een van de kanalen van vroeger. Je merkt ook op dat het gebouw en terras lager ligt dan het huidige straatniveau van de Groentemarkt.
Het was een drukke omgeving en dus een ideale plaats om “criminelen” te bestraffen. Boven het kleine dak van het Galgenhuisje zie je nog wat ijzeren uitsteeksels. Resten van de schandbank die er was. Het was een houten bank waar tot vier “kleine” misdadigers konden opzitten, voeten vastgeketend en ook de hals in een metalen beugel. De misdadigers werden daar enkele dagen te kijk gezet, het volk mocht hen beschimpen en bekogelen tot hun schande werd uitgewist (rechtspraak bepaalde de straf) Ook zware misdadigers werden daar geplaatst, om nadien een beetje verder ook aan de galg “tentoongesteld” te worden die zich aan de andere kant van het Vleeshuis bevond. Ik zeg wel tentoongesteld, want na enkele dagen werden ze echt aan de galg opgehangen, maar dit gebeurde buiten de stadspoorten (Mariakerke, Sint-Amandsberg, Meulestede…)

1698 - De Opera

Het huidige operagebouw stamt uit stamt uit midden 17de eeuw, of beter, daar was een zaal van de handboogschutters gilde. In 1698 werd dit verbouwd tot een theaterzaal, waar rondtrekkende groepen om de maand voorstellingen gaven: toneel, maar ook zangers, acrobaten en dansers konden er terecht.
Na een zware brand in 1715 werd het gebouw volledig gesloopt en in 1737 herrees het uit zijn as. Tot verbouwingswerken in 1840 het werd omgedoopt tot “Le Grand Théâtre”, in een neoclassicistische stijl opgetrokken door architect Louis Roelandt. Door de vernederlandsing werd dit later “Koninklijke Opera van Gent.”
Door financiële problemen van de opera’s, zowel in Gent als Antwerpen, kwam er in 1981 een fusie tot stand en werden beide nu “Opera voor/van Vlaanderen” genoemd, in 1995 nogmaals een naamverandering: “Vlaamse opera” (naamsveranderingen zijn in: waterbedrijven, energiebedrijven, banken, firma’s, producten, scholen... wijzigen voortdurend van naam!)
De Gentse Opera is een vrij gaaf gebleven voorbeeld van een typisch Frans theater uit de eerste helft van de 19e eeuw. In het ruim 150-jarig bestaan is het gebouw regelmatig gewijzigd, opnieuw gedecoreerd en enkele keren verbouwd.
Het interieur is geïnspireerd op de Italiaanse renaissance en barok. De grondplan is hoefijzervormig en is rijk versierd met polychromie (veelkleurig) stucwerk en bladgoud. Het beschilderde koepelvormige plafond en de monumentale kroonluchter geven de ruimte de allure van Franse theaters. De theaterzaal bood toen plaats aan 2000 toeschouwers, vandaag nog ongeveer 1000.

1847 - Campo Santo

Op een natuurlijke heuvel van 19 meter in Sint-Amandsberg, waar het rondom volledig vlak is, zou in de 7de eeuw Amandus gepredikt hebben. Meer dan duizend jaar later (1720) werd op die heuvel de Sint-Amanduskerk gebouwd, in laat-barokstijl.
In 1847 werd hier Marie de Hemptinne begraven, of beter herbegraven. Zij werd de Engel van Gent genoemd. Ze was de dochter van een steenrijke katoenmagnaat. Uiteraard was ze, zoals iedereen van adel Franssprekend. Maar zij leerde “Gensch” om met de arbeiders te kunnen spreken. Ze gaf ook les aan kinderen. Omwille van die “titel” (Engel van Gent) werd ze hier opnieuw ter aarde gelegd. Het zou een kerkhof worden waar veel rijke katholieken een laatste rustplaats kregen en het kerkhof kreeg de naam van Campo Santo, zo genoemd naar het Campo Santo in Rome (Campo Santo dei Teutonici e dei Fiamminghi (begraafplaats der Duitsers en Vlamingen) gelegen binnen Vaticaan stad. Het is enkel te bezoeken wanneer je een Nederlands of Belgisch paspoort of identiteitskaart kunt voorleggen of Duits spreekt. De Zwitserse garde kijkt daarop toe!
Père Lachaise in Parijs is de inspiratiebron geweest voor dit kerkhof. Nadat eerst enkel de katholieke bourgeoisie hier een rustplaats kreeg met monumentale grafzerken werden geleidelijk ook niet katholieken en niet noodzakelijk rijken hier begraven, maar mensen die een bepaalde bekendheid genoten uit de kunstwereld, de literatuur of anderen die iets betekende voor de Gentse gemeenschap.
Enkele voorbeelden: Wilfried Martens (politiek), Karel Lodewijk Ledeganck (dichter), Gustave Van de Woestijne (kunstschilder), Louis Minard (bouwmeester), Jan Hoet (SMAK), Luc De Vos (zanger), Marc Sleen (striptekenaar Nero)…

1850 - De Capitole

In 1837 werd het station Gent-Zuid (huidig Zuidpark) opgetrokken. In 1840 het Graaf van Vlaanderenplein aangelegd. Het plein kreeg rond 1850 een neoclassicistische gevelwand. Achter een van die gevels werd een bioscoopzaal ingericht door Geo Henderick. Dankzij nieuwe technieken en ontwikkelingen was er een cinema nodig die dit aankon. “Le Capitole” werd als filmzaal geopend in1932. De zaal werd modernistisch ingericht en werd één van de grootste cinemazalen in België. Een grote scène, verlichting, toneeltoren en orkestbak lieten meerdere opstellingen toe. Zo werd de zaal ook gebruikt als evenementenhal waar bijvoorbeeld Josephine Baker en Luis Mariano optraden. Later ook Johnny Halliday, Claude François, The Platters en Dalida.
In 1986 ging de zaal dicht en bleef de ze 14 jaar leeg. De gevels en bedaking werd, net als de andere oostelijke gevels van het plein, in 1988 als monument beschermd. Uiteindelijk werd het gerenoveerd en gemoderniseerd door Music Hall Group en opende op 28 oktober 2001 met de première van Camelot.
Vanaf dan werd de zaal een trefcentrum voor cultuur in Gent met een zaal waar optredens konden plaatsvinden. Aanvankelijk was het de bedoeling van de Groep er zijn musicals te kunnen brengen, maar ook andere theatergroepen, muziekbands en evenementen kwamen er over de vloer zoals "Lord of the Dance", Eva de Roovere, Boudewijn de Groot, Art Garfunkel, Helmut Lotti en vele andere. In de jaren dat volgde gebeurden er meer renovaties en werd er een groter podium geplaatst en een backstage onder het podium. Daarnaast kwamen er vipruimtes, bars en extra repetitielokalen bij. De Capitole beschikt elk jaar over een gevuld programma, gaande van klassiek tot pop en rock, van theater, comedy tot dans. In 2014 nam de “Sportpaleis Group” de dagelijkse leiding van Capitole Gent over.

1913 - ’t Kuipke

Het gebouw maakt deel uit van het voor de Wereldtentoonstelling gebouwde complex. Eerst was het een demonteerbare piste van 200 meter die onderdak kreeg in het grote Floraliënpaleis. Daar werd de eerste zesdaagse van Gent in 1922 gereden. In 1927 werd een vast piste van 160 meter in gebruik genomen in een bijbouw, een zijvleugel, van het Floraliënpaleis, maar deze werd slechts twee keer gebruikt voor een zesdaagse.
Op 12 november 1962 werd het Kuipke, zoals de velodroom werd genoemd vanwege zijn kleine omtrek en erg steile bochten, door een brand verwoest. In 1965 werd het nieuwe Kuipje in gebruik genomen met een piste van 166,66 meter. De kleine omtrek en de zeer steile bochten (48°) maken het tot één van de meest moeilijke pistes in de wereld.
Het wordt ook gebruikt voor andere evenementen, zo was er in 1959 een optreden van de jazz legende Louis Amstrong. Concerten, gymgala’s, literaire voorstellingen, tentoonstellingen, folkloristische feesten en fuiven worden er georganiseerd en draagt dan de naam “Kuipke Sportpaleis”.
Voor de fuifbeesten onder jullie: op zaterdag 30 november 2019 kunnen jullie weer afzakken naar ’t Kuipke, voor de negende editie van Festival van de Ambiance. Meezingen, feesten, dansen, plezier en polonaise, dat zijn de hoofdingrediënten van de avond. Meer dan 10 topartiesten – wie dat zijn, wordt later bekend gemaakt – zullen voor de sfeer en ambiance zorgen.

1911/13 - De Vooruit

Alweer zo’n gebouw opgetrokken voor de Wereldtentoonstelling. Gent kreeg toen een serieuze “make-over”. Alles vanaf het centrum tot het huidige Citadelpark en het huidige Miljoenenkwartier (plaats van de tentoonstelling) werd (via de as langs de Kortedagsteeg – Walpoortstraat - Sint-Pietersnieuwstraat - Kunstlaan) grondig gerestaureerd of nieuw gebouwd.
Ferdinand Dierkens was de architect van de socialistische coöperatieve Vooruit die door onder andere Edward Anseele werd opgericht in 1891 en bleef bestaan tot 1970. Deze verbruikersorganisatie werd uit de grond gestampt om fabrieksarbeiders toe te laten om goedkoop te eten, drinken, cultuur te beleven. Het was een feestzaal, cinema, bibliotheek, vergaderzalen, café-restaurant, winkel…
De concertzaal kon 1000 toeschouwers bevatten, de theaterzaal zelfs 1600. Boven de Theaterzaal staat in gouden letters: “Kunst veredelt”. Aan de overkant werd het dagblad Vooruit gedrukt. In het glas-in-loodraam van het dak stonden de eerste noten van “De Internationale”, het belangrijkste strijdlied van de socialisten. Op 1 mei 1914 werd hier het eerste 1 mei-banket gehouden.
Amper een jaar later werd het bezet door de Duitsers, zoals zoveel andere gebouwen. Extreem rechts hield er nu zijn discours, van een “metamorfose” gesproken!
Na de oorlog bleek het gebouw enorm beschadigd, de Duitse soldaten hadden er zich op bod gevierd na hun nederlaag!
Er was geen geld om het gebouw te restaureren en de afkalving ging verder, water insijpeling langs alle kanten, zalen die moesten gesloten worden wegens gevaar op instorting… De cinema bleef wel nog verder werken, ik herinner me dat ik eind de jaren ‘60, begin ’70 nog wel eens een film meepikte (kijken bedoel ik, niet meenemen!)(Het was ook een rustig plekje om met het lief er naartoe te trekken gezien de cinema maar weinig bezoekers telde.
In 1982 werd het door een groep jongeren onder handen genomen en “Kunstencentrum Vooruit” werd uit de “ruïnes” (zo catastrofaal was het nu ook weer niet!) herrezen.
Op 17, 18 en 19 september 1982 opende het gebouw opnieuw de deuren. Het publiek – mét speleologenhelm – kreeg rondleidingen door de vele gangen en zalen. Er waren optredens, theater, een bal voor senioren… Het weekend was een succes: duizenden bezoekers en massale persbelangstelling. De weken erna zat het café opnieuw afgeladen vol. Het werd dé ontmoetingsplek voor al wie zich in Gent als progressief beschouwde. Na enkele weken vonden er in de benedenzaal pop- en rockconcerten plaats.
De nieuwe Vooruit draaide voornamelijk op vrijwilligers. Om geld in het laatje te brengen, werden zalen vaak verhuurd voor fuiven, dansinitiaties, muzieklessen en allerlei andere activiteiten. Die inkomsten waren hard nodig om het gebouw te onderhouden en een eigen programmatie uit te bouwen. In 1983 belandde het Feestlokaal op de lijst van beschermde monumenten, waardoor de vzw voortaan aanspraak maakte op restauratiesubsidies. Toonaangevende voorstellingen zoals het controversiële 'Ten Oorlog' van De Blauwe Maandag Compagnie, gezelschappen als Les Ballets C de la B en optredens van Nirvana, de Red Hot Chili Peppers... zorgden dat het kunstencentrum meer en meer naar het centrum van de cultuurwereld verschoof. Met een 100-tal personeelsleden, jaarlijks ongeveer 2000 activiteiten en 350 000 bezoekers - groeide Kunstencentrum Vooruit uit tot een culturele instelling van formaat. Net als zijn voorganger - het Feestlokaal van Vooruit - was het Kunstencentrum een plaats van ontmoeting, cultuur en engagement. Het opschrift ‘Kunst veredelt’, dat al een eeuw boven het podium van de Theaterzaal te lezen is, mag dan wel behoorlijk hoogdravend klinken: het blijft het motto van Vooruit.

1913 - Sint- Pietersstation

Je kan het al raden zeker als je 1913 ziet staan? In 1837 werd het station Gent - Zuid geopend, in 1861 Gent - Dampoort.
Op de lijn Brussel - Oostende, aangelegd in 1830, lag wel een kleine stopplaats, terwijl beide vorige stations eindstations waren (kopstations) met de typische draaiplateaus omdat locomotieven moesten gedraaid worden. Begin 20ste eeuw dacht men er aan om op die plaats, enkele honderden meter verder een nieuw station op te richten, het Sint-Pietersstation, naar de naam van de wijk, Sint-Pieters-Aaigem.
De plannen werden vrij snel uitgevoerd, de bouw startte in 1909 en moest klaar zijn voor de opening van de Wereldtentoonstelling. Die plaats lag namelijk vrij dicht bij de plaats van de tentoonstelling (Citadelpark en huidige Miljoenenkwartier).
De sporen werden verhoogd zodat waterlopen en overwegen werden vermeden, vandaar dat je van de centrale gang trappen op moet om de perrons te bereiken. Voor de hoofdingang met zijn monumentale ijzeren en glazen luifel werd het Koningin Maria Hendrikaplein aangelegd.
Ik herinner me die luifel nog zeer goed. Het moet in 1963 of 64 geweest zijn dat ik als jobstudent bij een schildersfirma (waar mijn broer Rene meestergast was) de luifel moest schilderen. Ik vernietigde toen de grote lichtreclame van Bastos die onder de luifel hing. Niet dat ik tegen het roken was/ben, maar verkeerdelijk de hoogte van mijn rolstelling had ingeschat!
Zeer typisch voor het station is de uurwerktoren, dezelfde als bij het postgebouw op de Koornmarkt, beide van dezelfde architect Louis Cloquet. Twee voor de prijs van één moet hij gedacht hebben nog voor de warenhuizen op zo’n idee kwamen!
In 1975 ontdekte men dat de toren wat scheef stond. Maar niet dramatisch en een scheve toren in Gent zou mooi zijn, Pisa trekt er ook veel toeristen mee. In 1999 werd opgemerkt dat de toren nog verder verzakt was, zo’n 30 cm al uit de as. In 2005 greep men eindelijk in, de toren werd steen voor steen afgebroken, opnieuw opgebouwd in beton en aan de buitenkant afgewerkt met bakstenen zoals de oorspronkelijke toren, de toren stond er terug in 2006. Volledig station werd dus begin 20ste eeuw gebouwd op 4 jaar tijd. Begin 21ste eeuw slaagt men er niet in de grondige restauratie en uitbreiding te realiseren in meer dan 20 jaar! De overeenkomst werd ondertekend in 2004, de afwerking is voorzien in 2026!

1363 / 1932 - Het huis van Alijn

Na een ruzie tussen de familie Alijn en de familie Rijms, met een dodelijke afloop veroordeelde graaf Lodewijk van Male de familie Rijms tot het betalen van 200 pond parisi aan familie Alijn. Deze familie stichtte hiermee een godshuis, als zoenoffer.
Ziekteverzekeringen bestonden nog niet hé en een opname in het ziekenhuis bleek een dure zaak te zijn: de onroerende zaken van de patiënt werden aangeslagen (voor zover die sukkel dat al had natuurlijk) In de 16de eeuw kreeg het huis zijn min of meer huidige vorm. Toegangspoort en acht huisjes aan de straatkant en zestien kleine woningen rond de binnenkoer. De Sint-Catharinakapel werd opgetrokken tussen 1553 en 1556 in laatgotische stijl.
In 1926 werd de Koninklijke Bond der Oost-Vlaamse Volkskundigen gesticht. Ze kregen in 1932 onderdak in het voormalige godshuis: het werd de “Folklorebibliotheek”. Nog eens 10 jaar later kreeg ook het “Spelleke van de Muide”, een stangpoppentheater, er onderdak en werd “Het Spelleke van Folklore” gedoopt. Tot op vandaag spelen ze er nog, wel andere poppenspelers! Het eigenlijke Folkloremuseum werd pas in 1962 van de Steenstraat overgebracht naar de Kraanlei en heette voortaan “Museum voor Volkskunde”.
Realistische reconstructies van verdwenen ambachten, van interieurs en gebruiken was de inhoud van het museum. Maar gebrek aan middelen en vooral visie op een veranderende maatschappij maakte er een “slapend museum” van. Geen kat vond zijn weg er naartoe. Of misschien beter, enkel katten kwamen er nog!
In 2000 onderging het museum zijn grondigste gedaanteverwisseling tot op heden. Het “Museum voor Volkskunde” werd het “Huis van Alijn”.

1913 / 1999 - Het Smak

S.M.A.K staat voor Stedelijk Museum voor Actuele Kunst. Het museum werd in 1999 opgericht in het voormalige Casino in het Citadelpark. Dit gebouw werd in 1913 ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling gebouwd (Casino, Floraliënpaleis, Kuipke) en bestaat dus nu 20 jaar. Maar eigenlijk bestond het reeds in 1975, maar binnen de muren van het MSK (Museum voor Schone Kunsten) dat een opsplitsing maakte van de kunst van de middeleeuwen tot ongeveer 1950. De werken van latere datum in het bezit van het MSK werden ondergebracht in enkele zalen van het museum en werd “Museum van Hedendaagse Kunst” en kreeg als conservator Jan Hoet. Een tekenleraar uit de Rijksnormaalschool (nu onderdeel van HoGent), net als schrijver van deze teksten!
Het S.M.A.K kreeg toen wereldfaam met imposante tentoonstellingen buiten het museum (om de drempel te verlagen voor museumbezoek ging hij “de straat” op): Chambres d’Amis (1986) en Open Minds/Closed Circuits (1989
Hij ijverde om een nieuw gebouw en dat kreeg hij dus in 1999. In 2000 ging hij opnieuw buiten de muren met “Over the Edges”. Een beeld (de AVL-man)(AVL = Atelier Van Lieshout) dat toen op de Poel lag, ligt momenteel op het E3-plein. Op het dak van het museum staat een man op een trapladdertje met een lat in de handen: “De man die de wolken meet”, een beeld van Jan Fabre.
Hoet stopte in 2003 als conservator en werd (met een tussenoplossing Peter Doroshenko, die na een jaar werd ontslagen) opgevolgd door Philippe Van Cauteren, een medewerker van Jan Hoet sinds 1999.
Het museum heeft ongeveer 2000 werken in zijn bezit, maar kan deze uiteraard niet allemaal permanent tonen, gezien het ook zeer vaak tijdelijke tentoonstellingen organiseert. Momenteel (van 15 maart tot 29 september 2019) loopt de tentoonstelling “De Collectie (I): Highlights for a Future” waar 200 werken uit de collectie het volledig museum vullen.
Het is een duidelijk teken dat het museum over te weinig ruimte beschikt. Zelfs de inname van het Floraliënpaleis achter het museum, dat al lang leegstaat, biedt geen oplossing. Bijbouwen kan niet omdat ook het ICC en het Kuipje deel uitmaken van het complex en op de koop toe heel de site (Citadelpark) beschermd gebied is. Ook ondergronds zalen bijmaken biedt geen ruimte genoeg. Het is dus uitkijken naar een nieuwe locatie, een lange zoektocht! Want de plannen voor het Museumplein (dat momenteel de naam Jan Hoet plein heet) liggen ook al een tijdje klaar, een plein met én MSK én S.M.A.K.

1936 - Boekentoren

De bouwwerken startten in 1936 en in 1939 waren de ruwbouw en een deel van de afwerking klaar van de 64 meter hoge toren. Het ontwerp omvatte ook de binnen architectuur: zwarte ijzeren raamprofielen, vloerpatronen, deurkrukken, meubilair... allemaal uitgetekend volgens de gulden snede. (a/b ≈ b/a+b of 2/3 ≈ 3/5 ≈ 5/8…) Het is een ontwerp van de Belgische architect Henry Van de Velde. Het is de belangrijkste opslagplaats van de Gentse universiteitsbibliotheek, de toren herbergt zo'n 3 miljoen boeken, als je ze op een rijtje naast elkaar plaats heb je ongeveer de afstand tussen Gent en Brussel (46 kilometer boeken.)
De afwerking viel stil door WO II. Zo werden de ontwerpen van Van de Velde niet uitgevoerd zoals voorzien, bijvoorbeeld de metalen poten voor de leestafels werden vervangen door houten poten omdat metaal nodig was voor oorlogstuig. Ook hier weer was het een onafgewerkt gebouw dat door de Duitsers werd ingepalmd en gebruikt werd voor de luchtafweer.
Op 1 maart 2012 vingen de werken aan met het bouwen van een spectaculair ondergronds depot in de binnentuin. Het zal drie verdiepingen tellen en 45 km materiaal kunnen herbergen dat in de beste klimatologische omstandigheden bewaard zal worden. De belvedère zal open staan voor bezoek en de geplande werken zullen niet enkel de toren herstellen maar er ook een betere bibliotheek van maken aangepast aan wat studenten en lezers vandaag willen.

Remi Coune