THEMA 2007: WIJK 18... Ledeberg

INLEIDING

Bij mijn speurtocht naar straatnamen uit Ledeberg, want dit is "WIJK 18", vond ik volgende tekst in een krant van 2001:

19/06/01 De Gentenaar
GENT - Gemeenteraadslid Tom Balthazar (SP.A)(sinds 1 jan 2007 Schepen van Milieu en Sociale Zaken) vindt dat op de website van de stad ook informatie moet staan over straten die genoemd zijn naar historische figuren.
In Gent zijn heel wat straten genoemd naar een historische gebeurtenis of een figuur. Maar zelfs voor Gentenaars met een historische knobbel is het niet altijd duidelijk waar die straatnaam voor staat. En soms sta je daar met rode kaken omdat je aan je bezoekers niet eens kunt antwoorden waar een naam vandaan komt.
Neem maar een willekeurige letter: de C bijvoorbeeld. Wie kan er voor de vuist weg vertellen over de prestaties of verdiensten van Achiel Cassiman, Louis Cloquet, Cécile Cauterman of Gaston Crommen. Jaren geleden besloot het stadsbestuur om op het straatnaambord zeer kort het beroep en de geboorte- en overlijdensdatum van de persoon naar wie de straat is genoemd te vermelden.
Goed, maar te mager vindt Balthazar. Hij stelt dat er bijna over iedereen informatie bestaat. Alleen kun je die informatie niet altijd vlot raadplegen. Laten we die informatie toegankelijk maken, zegt het raadslid. Hij stelt voor binnen de stedelijke website een afdeling straatnamen te maken. Door het intikken van een straatnaam krijg je een korte nota met historische informatie.
Dat het een werk van lange adem is, beseft hij ook. "Laten we rationeel en kostenbesparend tewerk gaan. Beschikbare informatie kan worden ingescand en je kunt ook mensen en verenigingen die vertrouwd zijn met dit soort werk, mobiliseren."(KVK)

Met het thema 2007, WIJK 18, dragen we dus onbewust ons steentje bij!

Volgende wagens werden door de artistiek begeleider voorgesteld aan de ontwerpers op de vergadering van 19 januari 2007:

kaart Ledeberg
kaart Ledeberg

KORTE GESCHIEDENIS

De naam komt voor het eerst voor in 964, zij het dan als Letha.
Het gebied is eigendom van de Sint Pietersabdij en van het Land van Aalst.
Het grootste deel is landbouwgebied. Er zijn 2 kernen: De Dries en de Sint Daniëlskapel (huidige omgeving Hundelgemsesteenweg, Jozef Vervaenestraat en Frans De Mildreef)(het oude kerkhof)
De Dries wordt door de aanleg van de Brusselsesteenweg (1704-1708) in twee gesplitst.
Tijdens de Franse bezetting wordt de wijk in 1801 een zelfstandige gemeente en ingelijfd bij het district "Sottegem". Deze zelfstandigheid gaat verloren in 1976 door de fusie van gemeenten, Ledeberg wordt een deel van Gent.
Het gebied is 109 ha "groot", maar heeft een zeer dicht bevolkingscijfer (14386 inwoners in 1900).
Dit komt vooral door de industrialisatie in de 19de eeuw en de goedkope gronden die ter beschikking stonden.

1 LEDEBERGPLEIN (Willy Coppens)

Oorspronkelijk De Dries genoemd, eigendom van het Land van Aalst.
De Ledebergse Dries werd eerst Vooruitgangsplaats genoemd, later werd het Kerkplein, na de fusie Ledebergplein. Hij werd ook de Poel van Ledeberg genoemd want er lag een vijver, omzoomd met bomen .
Vanuit de Binnenweg kon men, tot omstreeks 1850, de Brusselsesteenweg zien. De Poel van Ledeberg werd gedempt tussen 1860 en 1865 met het steengruis van de afgebroken blauwselfabriek in de Rode Leeuwstraat. Op het Kerkplein werden bomen geplant, maar die groeiden er niet door de chemische stoffen in de grond, afkomstig van deze fabriek. De verlichting gebeurde door 54 gaslantaarns die aangestoken werden door de weeskinderen van Ledeberg. Het plein werd in 1870 het centrum van het huidige Ledeberg. De kerk werd er gebouwd (1869-1872 naar een ontwerp van E. De Perre-Montigny) evenals het gemeentehuis (1878), vroeger "huis der Harmonie" (harmonie Concordia)
Nieuwe straten werden aangelegd: de assen Langestraat en Kerkstraat (nu Ledebergstraat)
Tijdens de bezetting kreeg het de naam Albrecht Rodenbachplein.
In het midden van het plein stond een kiosk. Onder de kiosk hadden de kinderen een fantastische plek om te "spelen". Volgens sommigen zou er een verbindingstunnel zijn tussen kiosk en kerk.

kiosk

2 BRUSSELSESTEENWEG (Mark De Kerpel)

In de 18de eeuw, onder het Oostenrijks bewind, werd de Brusselsesteenweg aangelegd, die de oude, bochtige as verving (Oude Brusselseweg)
De Brusselsesteenweg is één van de belangrijkste invalswegen van Gent (tevoren verliep de route naar Brussel langs de Oude Brusselseweg) De Brusselsesteenweg fungeert tegelijkertijd als een hoofdstraat, aangezien hij naast de verkeersfunctie een zeer belangrijke commerciële functie vervult, zowel kleinschalig (in het eerste, dicht bebouwde gedeelte) als grootschalig. De kleinschalige commerciële functie wordt echter meer en meer verdrongen door de verkeersfunctie (verkeerscongestie met sociale onleefbaarheid tot gevolg)

Brusselsesteenweg

3 HOVENIERSSTRAAT (Rudy Vereecke)

Boelens, Boone, Chabot, Corijn… vier namen die misschien niet veel meer zeggen. Het waren 4 van de 31 hofbouwers die Ledeberg telde die in de Hoveniersstraat woonden. Neem daarbij de vele bloemenwinkels in de omgeving van de kerk (een klein tiental) en je begrijpt waarom deze straat Hoveniersstraat werd genoemd.
Als de krantenwinkel van Alex de Rille nog vaker met grote Lottopotten komt aanzetten spreken we in 2107 misschien van de Lottostraat.
Hier was ook de uitgeverij van Hippoliet Janssens gevestigd.

4 VAN LOKERENSTRAAT (Rudy Vereecke)

Het is niet onder invloed van de Schelde dat de Driesstraat geleidelijk is afgedreven, want Driesstraat is de oorspronkelijke benaming van de Van Lokerenstraat.
Auguste Van Lokeren was een oudheidkundige en was de eerste schepen van onderwijs in Gent (1848)
Samen met Jules de Saint-Genois maakte hij een rapport op over de erbarmelijke toestand van de St.-Niklaaskerk. Hijzelf woonde nooit in de straat, om de eenvoudige reden dat er in die tijd nog geen huizen stonden. Men kon toen nog vanuit de Binnenweg de Brusselsesteenweg zien.
Waarom men de straat dan niet de Edward Blaesstraat heeft genoemd is zo één van de kronkels die men niet steeds begrijpt. Want hij woonde er wel. Edward Blaes (1846-1909) was een toondichter. Hij was ook de eerste directeur van de muziekschool in Ledeberg.
Welke Gentenaar kent niet het lied: "Klokke Roeland"? De tekst is van Theophiel Coopman, de muziek van "onze" "Eduard".

gravure van Van Lokeren August
Gravure en tekening van Auguste Van Lokeren van de St.-Michaëlkerk (Sint Livinus) te St. Lievens Houtem

5 LACHAERTSTRAAT (Remi Coune)(Tekst Nimeus: Webblog Nimeus)

Er was ook een grote drukkerij gevestigd in de Lachaertstraat, 'Erasmus' genaamd, die de toendertijd zo populaire reeksen 'Ivanov' en 'Vlaamse Filmkens' drukte. Ik zat dus bij de bron van mijn latere lectuur, maar dat wist ik toen allemaal nog niet. Ook de "Moderne Encyclopedie van de Wereldliteratuur", waarvan ik alle delen thans in mijn bezit heb, is er van de persen gekomen.
De toegang tot de drukkerij gebeurde langs een kolossale hoge poort die op wieltjes werd opengerold. Regelmatig stonden er zware vrachtwagens, volgeladen met enorme rollen papier. Dan ging de majestueuze poort open en konden wij een blik werpen in de bedrijfsruimte. Ik vond het een fantastische wereld en kon mijn ogen niet afhouden van de vele eigenaardige machines die er stonden te werken. Alles wat je er zag was in beweging. Je zag pakken wit papier in een opening verdwijnen, geplooid worden, gesneden, verspreid in diverse richtingen, weer opgetild en neergegooid, naar boven afgevoerd met een transportband, terug naar beneden, nog eens opgepakt en geplooid, tot het tenslotte ergens bedrukt en wel op een steeds groeiende stapel terecht kwam. De machines tikten en klikten. Het ging allemaal razend snel. Mannen met zwarte mouwen over de armen getrokken en bizarre zonnekleppen op het voorhoofd, liepen heen en weer tussen de razende machines. Er zat ook een man aan een klavier van een reusachtige soort schrijfmachine. Die vreemde wereld trok mij onweerstaanbaar aan. Zo lang de poort open bleef, stond ik daar onwrikbaar neergeplant, genietend van het schouwspel. Het rook er sterk naar drukinkt. Ik hield van die geur en snoof hem met welbehagen op. Die geur werd voor altijd in mijn geheugen geprint. Als ik nu ergens de geur van drukinkt waarneem, gaan mijn gedachten onveranderlijk naar die tijd terug. Geuren hebben een onuitwisbare binding met het verleden, dat is door de psycho-analyse van Freud bewezen.
Aan die drukinkt is nog een andere, zij het ietwat ludieker geschiedenis verbonden. Wekelijks werden door de drukkerij grote lege blikken, waarin de inkt had gezeten, op de stoep gezet om te worden opgehaald door de gemeentelijke reinigingsdienst. Het waren er telkens van diverse kleuren, helder roden, kobaltblauwen, citroengelen, smaragdgroenen, paarsen en gitzwarten. Daar de deksels soms maar half op de blikken zaten, was dat voor ons, kinderen, vanzelfsprekend een niet te versmaden uitdaging. Wij wreven met onze vingers langs de randen, waar de verf nog als een dikke stroperige brij aan vastkleefde en liepen dan elkaar na. Wie gegrepen werd kreeg de volle lading. Het spul was niet gemakkelijk te verwijderen, tenzij na een grondige schrobbing met water en bruine zeep. Zo hebben we eens iemand een knalrode haardos bezorgd, het was nog weken lang te merken. Dat we thuis niet met open armen werden ontvangen na zo'n stoeipartij, hoeft geen betoog.
Verder waren er geen noemenswaardige gebouwen in de straat. De meeste huizen hadden maar één verdieping, plus een zolder of mansarde.
Op beide hoeken van de Lachaertstraat, kant Kerkstraat, waren winkels. Een beenhouwerij en een zaak van behangpapier. Dit was een "chique" zaak en je kon het de eigenaars ook aanzien. Zij waren de enigen in de hele omtrek die een auto bezaten, een vooroorlogs Belgisch merk, "Minerva". Ik heb er die mensen nooit weten in wegrijden. Maar elke zaterdagmorgen werd het vehikel uit de garage gehaald en grondig gewassen en gezeemd, tot de banden toe. Het glom als een juweel. Nadien werd het zwarte, statige voertuig, met pruttelende motor, terug in de garage gereden. De hele buurt maakte zich daar vrolijk over. Ik denk dat de eigenaar alleen maar aan ons, arme luizen, wou laten zien hoe rijk hij was. Maar toen de oorlog steeds dreigender vormen aannam en de Duitsers allerlei zaken aansloegen die ze konden gebruiken, verdween het autootje uit ons straatbeeld. Welk een sensatie dat ding telkens verwekte, kun je je voorstellen, als je bedenkt dat alles nog met paard en kar gebeurde. Ook handstootkarren werden nog veelvuldig gebruikt.
(Nimeus, (pseudoniem) woonde als kind tijdens de 2de wereldoorlog in de Lachaertstraat)
De straat noemde voordien de Halvemaanstraat, naar de herberg die er op de hoek stond. De "Halve Mane" werd reeds in 1690 vernoemd.
Pieter Lachaert was burgemeester van Ledeberg van 1799 tot 1803.

6 BINNENWEG (Remi Coune)(Tekst Nimeus)

De andere kant van de Lachaertstraat kwam uit op de Binnenweg. Daar woonden de armste arbeiders. Halverwege de Binnenweg bevonden zich twee beluiken, daterend uit de opkomst van de vlasindustrie en de grote Gentse spinnerijen, met een aantal piepkleine huisjes en een gezamenlijk toilet en pomp op een binnenkoer. Een gore en grauwe bedoening. Wie hier woonde werd door het "deftige" volk met de nek aangekeken, want behalve wat arme sukkelaars, huisde er ook heel wat gespuis. Wij noemde die beluiken "cités". De kinderen die er vandaan kwamen werden met de denigrerende naam "citégasten" betiteld. Ik mocht er eigenlijk nooit komen van mijn ouders, maar zowel uit de Binnenweg als de cités had ik speelkameraadjes. Van enig klassenverschil trok ik me nauwelijks iets aan. Zo'n cité heb ik trouwens maar enkele keren bezocht. Ik vond het er benauwend en griezelig. Het was een totaal andere wereld dan die waarin ik opgroeide, een soort van "onderwereld", een "gribus". Omdat er zo min over de mensen die daar woonden gesproken werd, namen wij als kinderen automatisch de houding van de volwassenen over. Weinigen van onze straat hadden dan ook verkeer met de kinderen uit de cités. Maar ik had op school, in de klas, contact met sommigen van hen. Ik was ongeveer de enige uit mijn straat die naar een gemeentelijke school ging, al de rest ging naar katholieke scholen. De gemeenteschool werd zo'n beetje aanzien als minderwaardig, net goed genoeg voor de arbeiderskinderen uit de cités.
De speelkameraadjes van de Binnenweg waren dus duidelijk uit ander hout gesneden. Ze waren brutaler, luidruchtiger en namen het niet zo nauw met de eerlijkheid maar waren wel trouw in hun vriendschappen. Onder hen bevonden zich enkele fameuze vechtersbazen, die ik liever uit de weg ging. Mijn beste vriend was aanvankelijk 'Charelke', een klein ventje, nog kleiner dan ik, maar van een ongelooflijke watervlugheid en heel sterk. Tijdens de oorlogsjaren zat Charelke constant onder de zweren en het eczeem. Dan kwam hij de straat op als een mummie, met zwachtels rond handen, armen, benen en zelfs het hoofd. De meeste kinderen meden hem en daardoor zat Charelke meestal eenzaam op de stoep naar het spel van de anderen te kijken. Ik herinner me niet meer hoe de vriendschap tussen ons ontstaan is. Wellicht via de school veronderstel ik alwaar hij op een bepaald ogenblik in mijn klas terechtkwam, het eerste studiejaar. Heel vlug werden we vrienden door dik en dun. Samen beleefden we de dolste avonturen, want onze fantasie hield gelijke tred. Charelke was voor alles te vinden, geen zee ging hem te hoog, als het maar spannend of gedurfd was. (Nimeus)
In de volksmond het Luizengevecht genoemd, niet dat de luizen daar speciaal vochten, maar omdat er daar 4 beluiken in uitkwamen en er zeer veel kinderen woonden.

7 MORIAANSTRAAT (Pascal De Coninck)

Een andere straat die haar naam ontleent aan een herberg is de Moriaanstraat, de "Moriaan" (1759)
Er is niets nieuws onder de zon; we lezen in een verslag van 25/09/2006 in de Gentse gemeenteraad:
"Het gedeelte van de Rietgracht (tussen de Cloquetstraat en de Striemenbergstraat, St. Amandsberg) is dringend aan een onderhoud toe. De waterloop van categorie 3, bevoegdheid Provincie, werd overgedragen aan de Stad Gent. Mogelijks is het onderhoud ervan ten laste van de TMVW.
De aannemer die laatst het onderhoud deed had het afval op de bermen gelegd. Na de fikse regenbuien van augustus is dat opnieuw in de waterloop terechtgekomen. Dit afval verhindert de vlotte doorstroming van het water met wateroverlast voor de aangelanden tot gevolg…
De grootste problemen voor het ruimen van de waterloop blijven de moeilijke toegankelijkheid via privé percelen en de vervuiling door aangelanden en bewoners (tuinafval en erger)"

Want kreeg de Moriaanstraat vroeger niet, door de lokale bewoners, de naam Snottebelle of Snottemuile omwille van het dumpen van afval?
Vergeten we niet dat daar momenteel 2 poppentheaters gehuisvest zijn.

8 BELLEVUETRAAT (Mark De Kerpel)

In de volksmond de Traverstraat genoemd omdat er een overweg was van de ijzerenweg die naar het station van Gent-Zuid liep. Er was ook een tunnel aanwezig in de Rode Leeuwstraat. Deze bereikte de Schelde niet zoals nu. Er waren daar niets anders dan meersen.
Rond 1825 wordt de katoenfabriek van Rey-Ainé opgericht in de wijk. Op het einde van de 18de eeuw richt De Roose er zijn scheepwerven in. Ook chemische industrie was er gevestigd: de fabriek Leirens.
De Bellevue-wijk kwam er pas in het begin van de 20ste eeuw, op de plaats van een vroeger overstromingsgebied van de Schelde. De tuinwijk die omstreeks 1922 werd aangelegd naar ontwerp van architect Oscar Van de Voorde, is kenmerkend voor die urbanisatie. De Rodeleeuwstraat, de Vuurkruiserstraat en de Zegepraalstraat weerspiegelen dit tuinwijkidee. In recente tijd werd een deel van dit areaal opgeofferd voor bredere doorgangswegen en de monumentale op- en afritten van de autowegen E17 en E40.
En de werkzaamheden zijn nog niet afgelopen, de nieuwe Zuiderpoort eist zijn tol!

9 DOORGANG DER HALLEGASTEN (Pascal De Coninck)

Dit piepsmalle straatje tussen Franse Vaart en Brusselsesteenweg was de verzamelplaats en het vertrekpunt van mensen die op bedevaart trokken naar Halle (Brabant), de Mariastad. Was het de zwarte Madonna uit 1250 die ze gingen bezoeken? Maar ook minder devote aangelegenheden werden aangedaan, zoals de jaarmarkt van St.-Lievenshoutem. En nu en dan waren enkele van deze "gasten" wel eens fout qua bezoek en maakten ze nogal wat herrie tijdens de bedevaart of werd er duchtig gestolen op de jaarmarkt.
Net om de hoek was cinéma Colonia zoals vermeld op documenten van 1918. Later, begin de jaren 30 werd dit omgedoopt tot Lido.

10 POSTHOORNSTRAAT (Patrick Stalpaert)

In de straat bevond zich het eerste postkantoor van Ledeberg. Van daaruit vertrok de postkoest en de diligence naar Oudenaarde en Aalst.
Ook de ijzergieterij van De Bruycker-Dutry en aan de overkant een grote hoefsmidse waren er gevestigd.
Op 13-jarige leeftijd werkte Bert De Clerck daar in de gieterij. Ging later aan de Academie sturen.

11 HUNDELGEMSESTEENWEG (Patrick Stalpaert)

Ledeberg telt een tweede hoofdstraat, nl. de Hundelgemsesteenweg. De commerciële functie is vooral geconcentreerd op het gedeelte tussen de W. van Guliklaan en de spoorweg, ter hoogte van de Botermarkt. Deze weg vormde de historische verbinding van Gent met Merelbeke en Gavere (en uiteindelijk Hundelgem, een dorp in de Zwalmstreek)
De bioscoop Agora bestond reeds in de jaren 1930. Sloot begin 1940 en heropende in 1941. Het was een mooie zaal met langs beide zijden, op gezichtshoogte, lange horizontale spiegels. Daarboven waren gekleurde muurtegels met allerlei taferelen o.a: "Het Laatste Oordeel".

12 ARSENAALSTRAAT (Willy Coppens)

Thans Pater Petrus De Meyerestraat. Pater Petrus De Meyere was Ledebergenaar van geboorte en Minderbroeder en tevens Historicus. Hij verbleef te Turnhout, in de Paterstraat 122 te Eeklo en te Ronse op de Steenweg van Ellezelles. Hij overleed in het hospitaal van Ronse.
Topografisch gezien behoort het deelgebied Arsenaal tot de Heide, hoger gelegen schrale gronden die tot in de late 19de eeuw hun landelijk voorkomen behielden.
De ontplooiing van het Arsenaal startte in het midden van de 19de eeuw. Bepalend was de oprichting in 1881-1884 van een centrale werkplaats voor de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (N.M.B.S.) In de omliggende gronden werden straten getrokken en kwamen twee woonwijken met voornamelijk arbeiderswoningen tot stand. Het betrof de wijk Arsenaal en de Veldwijk of Moscou (een benaming die refereert aan een afdeling Russen van het Tsarenleger die op deze locatie een aantal maanden verbleef na de nederlaag van Napoleon in 1815 te Waterloo) tot stand. Kenmerkend zijn de smalle straten met de aansluitende rijen eenvormige kleine bakstenen huizen. Rond 1872 werd de spoorweg aangelegd.
Tussen het Arsenaal en de Veldwijk lag ooit een militair oefenterrein ("Tèksersitieplein") Dat werd in 1970 grotendeels ingenomen door het viaduct met opritten van de E17-autosnelweg die het hele grondgebied doorsnijdt.
Een arsenaal is een opslagplaats voor wapens. Vroeger een belangrijk gebouw als onderdeel van een vesting in garnizoenssteden.
De Londense voetbalclub Arsenal (met de toepasselijke bijnaam 'The Gunners') is hiernaar genoemd.

Werden niet weerhouden:

13 Hagepreekstraat

De naam komt vermoedelijk uit de 16de eeuwse godsdienstwisten. Preken door protestanten in openlucht werden Hagepreken genoemd.
1566 Kenmerkte zich door het steeds frequenter houden van zogenaamde hagepreken buiten de stadswallen van de steden waardoor het moeilijk was voor een stadsbestuur om in te grijpen. Een hagepreek was een protestantse eredienst die, door het verbod op het protestantisme, in de openlucht werd gehouden. Deze preken werden vaak geleid door voormalige katholieke pastors die tot het protestantisme waren overgegaan. Haag had in die tijd een negatieve betekenis in de volksmond: zo werd het gebruikt als haechdief (struikrover) en haaggeld (vals geld). Hieruit kan worden opgemaakt dat hagepreek werd gebruikt als scheldnaam en om te laten zien dat het alleen maar slecht was wat zich daar afspeelde.

14 Gaston Crommenlaan

Hij werd geboren op 11 juli 1897 en stierf op 22 januari 1970. Crommen was in 1933 burgemeester van Ledeberg. Hij was ook senator.
Hij was medewerker aan de "Koekoek", een satirisch bijblad van de krant Vooruit dat wekelijks verscheen op donderdag. Daarin stonden oa "Ezelarijen", een artikel over de fouten in andere kranten. Ook "Geestesleven" was een wekelijks artikel over cultuur. Crommen had het daarin heel vaak over mooie filmsterren. Later werd hij hoofdredacteur van het dagblad.

Op de vergadering met de bouwers op 11 mei werden volgende wagens toegekend:

1 Brusselsesteenweg: Mark De Kerpel - Boterlekkers
2 Hoveniersstraat: Rudy Vereecke - Lochtandjuuns
3 Van Lokerenstraat: Rudy Vereecke - Excelsiorvrienden
4 Binnenweg: Remi Coune - Luckske I
5 Posthoornstraat: Patrick Stalpaert - Dekenij
6 Doorgang der Hallegasten: Pascal De Coninck - Keizer Christophe vrienden
7 Arsenaalstraat: Willy Coppens - De Ponkers*
8 Hundelgemsesteenweg: Patrick Stalpaert - LKV De Muiletrekkers
9 Bellevue: Mark De Kerpel - De Stroatluuper
10 Moriaanstraat: Pascal De Coninck - FC Blijf jong
11 Lachaertstraat: Remi Coune - De Diva's*
12 Ledebergplein: Willy Coppens - Leute en Plezier

* Nadien, zoals reeds gemeld dat dit binnen een redelijke termijn kan gewisseld worden mits onderlinge overeenkomst en inspraak van artistiek begeleider, werden beide wagens omgewisseld:
Arsenaalstraat wordt dus gebouwd door De Diva's en Lachaertstraat door De Ponkers.

terugterug naar lichtstoet